Omdat goud in zijn pure vorm een relatief zacht metaal is, mengen we het met andere edelmetalen om het harder te maken. Zo krijgen we een legering. Geelgoud is een legering van goud, zilver en koper, waarbij er meer zilver dan koper is toegevoegd. Roodgoud heeft een hoger gehalte aan koper dan aan zilver. Bij witgoud bestaat de legering uit goud, zilver, koper en een klein percentage andere metalen, waardoor witgoud meer zilver van kleur is dan wit.